
Onder een pers van 20 tot 30 t wordt het smeedstuk ontgraat,

en blijft het onbewerkt stuk staal over.

Vervolgens wordt in het stuk een klinknagelgat geboord, dat daarna voor de klinknagel wordt afgekant. Scharnier, bekprofiel en rug van de snijkanten worden gefreesd.

De beide tangenhelften worden op elkaar gelegd, vastgeklonken en in rechte lijn gebracht.

De kop van de tang wordt met een machine en met de hand grof in vorm geslepen.
De preciese afwerking gebeurt pas na de harding van de tang.